frankvanormondt.nl plaatst cookies om de ervaring te verbeteren, gaat u verder dan gaat u akkoord met deze cookies.   

geen strook

Intelligence

Benchmarks thuiswinkelen

Tegenwoordig kopen veel mensen wel eens iets op het internet, zoals een reisje, kaartjes voor het theater of een boek. Online shoppen begint daarmee een geaccepteerde manier van thuiswinkelen te worden. Maar wat zeggen de cijfers hierover? En hoe presteert Nederland ten opzichte van andere landen?

Binnen thuiswinkelen kan onderscheid gemaakt worden tussen online winkelen (bestellen via internet) en offline winkelen (bestellen via telefoon of post). In Nederland is de detailhandel zeer dichtbij waardoor offline winkelen in het verleden nooit een populariteit heeft bereikt als in landen als Duitsland en Frankrijk het geval was. Maar de afgelopen jaren is online winkelen in Nederland enorm gegroeid. Er is nu geen land binnen Europa waarbij online winkelen zo'n groot aandeel van thuiswinkelen vormt. Intussen heeft meer dan de helft van de Nederlanders wel eens online gewinkeld. Online winkelen is niet alleen gemakkelijker, maar de enorm hoge adoptie van PC en breedbandaansluitingen in de huishoudens speelt ook een rol. Hiervoor kan worden verwezen naar een eerder artikel: "Benchmarks voor de digitale economie".
Hoewel online winkelen dus zeer populair is en de omzet met dubbele cijfers groeit, is de omzet van thuiswinkelen in absolute termen nog niet zo groot. De omzet van thuiswinkelen is bijvoorbeeld slechts een fractie van de totale consumptie. En vergeleken met de online inkopen van bedrijven is online winkelen door consumenten qua omzet ook nog maar klein.

Bovenstaande conclusies kunnen worden onderbouwd door een aantal benchmarks hierna omschreven. Volgens het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) konden in 2008 7,7 miljoen personen in de leeftijd van 12-74 jaar zogenaamde e-shoppers genoemd worden. Branchevereniging Thuiswinkel.org schat dat de online winkelomzet over 2008 als geheel hoogstwaarschijnlijk meer dan 5 miljard euro bedroeg.
Verder vergelijkt figuur 1 de jaarlijkse uitgaven aan thuiswinkelen (online én offline) per Nederlander met het buitenland. Hoewel de Nederlander meer uitgeeft dan de gemiddelde Europeaan, geeft de inwoner van de UK van alle Europeanen het meeste uit op internet. Maar de gemiddelde Amerikaan besteedt nog het meeste van allemaal.

img
 
226
€ 226, NL (2006)
img
NL
287
€ 287, NL (2007)
img
NL*
444
€ 444, UK (2006)
img
UK
143
€ 143, EU (2006)
img
EU
584
€ 584, USA (2006)
img
USA
img
 
Figuur 1: Uitgaven aan thuiswinkelen (online en offline) per inwoner in 2006 (* voor 2007).

Hoewel Nederland niet de snelste groeier van Europa is, groeit de gemiddelde omzet van thuiswinkelen met 14% sneller dan het Europese gemiddelde van 11% (figuur 2). Het onderdeel online winkelen groeit sneller, terwijl het onderdeel offline winkelen (telefoon, post, enz.) in Nederland daalt. In Nederland groeit de omzet van online winkelen zelfs sneller dan in Amerika.
 
a. Thuiswinkelen:
  img
NL img CAGR 14%, NL (2003-2006) 14%
EU img CAGR 11%, EU (2003-2006) 11%
  img
b. Online winkelen:
  img
NL img CAGR 32%, NL (2003-2006) 32%
USA img CAGR 22%, USA (2003-2006) 22%
  img
Figuur 2: Gemiddelde jaarlijkse omzetgroei van thuiswinkelen berekend over de periode 2003-2006. (a): Online en offline winkelen; (b): Online winkelen apart.

Ondanks de vele aanbieders en afnemers van thuiswinkels en de dubbele cijfergroei ervan, is het aandeel van de totale consumptie nog niet zo groot (figuur 3). Nederland heeft een bovengemiddeld percentage thuiswinkelen als omzetaandeel van de consumptie, maar het hoogste percentage online winkelen als omzetaandeel an de consumptie. Dit percentage is zelf groter dan in de USA. De verklaring voor dit laatste is dat binnen de Nederlandse thuiswinkelbranche het aandeel online winkelen met 77% (in 2007 zelfs 83%) het grootst is van alle Europese landen gevolgd door Frankrijk met 66%. Wat dat betreft kent Nederland niet zo'n goede traditie als bijv. Duitsland waar thuiswinkelen het grootst van Europa is (6,8%) maar waar thuiswinkelen voor het merendeel bestaat uit offline winkelen (nl. 62%, want online is maar 38%).
a. Thuiswinkelen / consumptie:
  img
NL img 4,4%, NL (2006) 4,4%
FR img 3,0%, FR (2006) 3,0%
DE img 6,8%, DE (2006) 6,8%
EU img 3,0%, EU (2006) 3,0%
  img
b. Online winkelen / consumptie:
  img
NL img 3,4%, NL (2006) 3,4%
FR img 2,0%, FR (2006) 2,0%
DE img 2,6%, DE (2006) 2,6%
EU img 1,4%, EU (2006) 1,4%
USA img 2,1%, USA (2006) 2,1%
  img
c. Online winkelen / thuiswinkelen:
  img
NL img 77%, NL (2006) 77%
NL* img 83%, NL (2006) 83%
FR img 66%, FR (2006) 66%
DE img 38%, DE (2006) 38%
EU img 48%, EU (2006) 48%
  img
Figuur 3: Omzetaandeel thuiswinkelen berekend over 2006 (* voor 2007). (a): Aandeel thuiswinkelen van totale consumptie; (b): Aandeel online winkelen van consumptie; (c) Aandeel online winkelen van thuiswinkelen.

Online winkelen van consumenten (B2C) is in vergelijking met bedrijven (B2B) echter nog véél kleiner (figuur 4).
 
  img
B2C img 7,5%, B2C, USA (2006) 7,5%
B2B img 92,5%, B2B, USA (2006) 92,5%
  img
Figuur 4: Omzetaandeel B2C (consumenten) en B2B (bedrijven) totale e-business berekend voor USA over 2006.

Dit artikel is gebaseerd op diverse bronnen, waaronder: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Thuiswinkel.org, European Central Bank (ECB), Eurostat, European e-commerce and Mail Order Trade Association (EMOTA) en US Census Bureau. Indien u belangstelling heeft kan Frank u meer gegevens verstrekken of helpen bij het interpreteren ervan.

Datum: 1 februari 2009.